De koppelingswet

In juli 1998 is de Koppelingswet van kracht geworden. Doel van de wet is helderheid te scheppen in de positie van vreemdelingen zonder verblijfs- of werkvergunning. Tevens moet de wet illegaal verblijf in Nederland ontmoedigen.

In de Koppelingswet is bepaald dat vreemdelingen zonder verblijfsvergunning daarom geen recht hebben op zaken als een bijstandsuitkering, huursubsidie, studiefinanciering en een basisverzekering volgens de Zorgverzekeringswet.

Randvoorwaarde bij de invoering van de wet was wel dat medisch noodzakelijke zorg gewaarborgd zou blijven en dat de kosten hiervan niet onevenredig ten laste van de zorgverleners zouden komen. Om dat te garanderen, zijn door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) twee maatregelen getroffen.

  1. Voor eerstelijnszorgverleners, zoals huisartsen, verloskundigen en apothekers, maar ook voor kraamzorginstellingen, is er jaarlijks een budget beschikbaar ter compensatie van de bovenmatige kosten voor onbetaald verleende medisch noodzakelijke zorg.

Stichting Koppeling verstrekt subsidies aan regionaal werkzame samenwerkingsverbanden in Nederland, die de bovengenoemde compensatie aan de betreffende zorgverleners kunnen toekennen. De stichting wordt hiertoe in de gelegenheid gesteld dankzij een jaarlijks bijdrage van het ministerie van VWS. In de wandelgangen wordt wel gesproken over het Koppelingsfonds of Illegalenfonds. De regeling heet officieel Regeling Stichting Koppeling.

  1. Voor ziekenhuizen, revalidatiecentra en ambulancedienstenis binnen het eigen budget een voorziening opgenomen ter dekking van de kosten van dubieuze debiteuren. Deze al jaren bestaande regeling is sinds de invoering van de Koppelingswet eveneens opengesteld voor kosten, waarmee de instelling blijft zitten als niet-verzekerde patiënten hun nota’s niet kunnen voldoen. De hoogte van de voorziening kan jaarlijks in overleg met de verzekeraars worden bijgesteld.